doen wat werkt
  • Maarten Freriks
  • 16 Nov 2018

Zelf-effectiviteitstheorie

Wat stelt de zelfeffectiviteitstheorie?

Als mensen geloven dat ze voldoende bekwaam zijn om een bepaalde taak uit te voeren, dan vergroot dat de kans om die taak met een positief resultaat af te ronden. De psychologie ziet de zelfeffectiviteit, ook wel bekend als self-efficacy, als belangrijke factor voor motivatie, inspanning en volharding.

"Mensen die zichzelf beschouwen als zeer effectief, handelen, denken en voelen zich anders dan degenen die zichzelf als inefficiënt ervaren, ze produceren hun eigen toekomst, in plaats van het simpelweg te voorspellen" - Albert Bandura.

 

Hoe werkt de zelfeffectiviteitstheorie?

Verschillende factoren vormen de gedachte of je ergens capabel voor bent. Marc Roosenbrand & Neda Mohammadi Fard (2012) definiëren:

  1. Uitkomstverwachting op basis van ervaringen uit het verleden;
  2. Prestaties van anderen. De observatie van gelijkwaardige anderen die de taak nu of in het verleden hebben opgepakt;
  3. Of de mensen om je heen je bekwaam vinden voor de specifieke taak. De visie van mensen waarmee je omgaat is van grote invloed op je zelfbeeld.

De verwachting dat een taak niet haalbaar is, doet mensen besluiten er niet aan te beginnen. Heb je volledige controle over de situatie en beschik je over de vaardigheden om de activiteit te volbrengen? Dan is er een grotere kans dat je het ook echt - en met succes -  gaat uitvoeren. De theorie van zelfeffectiviteit is van toepassing op iedereen met een normaal denkvermogen, ongeacht achtergrond of werkgeschiedenis. De theorie verklaart waarom mensen taken niet oppakken of juist beter uitvoeren dan anderen.

 

Consequentie voor loopbaancoaching

De theorie onderstreept het belang voor de coach om bij aanvang van een taak aandacht te besteden aan de vraag hoe de coachee over zichzelf denkt. Hoe groot is het vertrouwen van de coachee om een goed resultaat te kunnen behalen? Dit is een goede voorspeller van gedrag: wel of niet de motivatie hebben om van start te gaan. Iemand met een sterk gevoel van zelfeffectiviteit ziet een moeilijke taak niet als probleem, maar juist als een uitdaging. Dit maakt dat iemand er hard voor wil werken om een taak te volbrengen, minder angst heeft om te falen en ervoor openstaat om alternatieve oplossingsstrategieën uit te proberen. Zelfeffectiviteit heeft invloed op het leervermogen van mensen, hun motivatie en hun prestaties.

Door met de coachee te werken aan de zelfeffectiviteit, groeit diens vertrouwen capabel te zijn om een taak uit te voeren en draagt de coach bij aan de slagingskans. De coach kan:

  • de coachee in contact brengen met iemand die eenzelfde taak of carrièrepad al succesvol heeft doorlopen. Dit rolmodel kan ervaringen delen of als buddy of mentor optreden, waardoor het vertrouwen op succes bij de coachee groeit;
  • met de coachee eerder behaalde successen die vergelijkbare vaardigheden vereisten in kaart brengen, waardoor de coachee zich bewust wordt van zijn eigen kunnen;
  • zorgen voor positieve aanmoedigingen, van de coach zelf of door een significante andere, zoals een gerespecteerde leidinggevende of gewaardeerde collega;
  • met kleine stappen de eerste succesjes behalen. De fysieke sensatie die dit geeft, versterkt het vertrouwen en de wens om dit positieve gevoel opnieuw te ervaren.

 

Kritiek

In 1984 noemden Eastman & Marziller drie kritiekpunten:

  • een gebrek aan een duidelijke definitie van zelfeffectiviteit;
  • door tekortkomingen van wetenschappelijke onderbouwing kan getwijfeld worden aan de gepubliceerde relatie tussen de resultaten van zijn onderzoek en zelfeffectiviteit;
  • conclusies en aannames van Bandura zijn niet goed genoeg geëvalueerd. Dit vraagt om nauwkeurige en precieze beoordelingsprocedures.

 

Conclusie

In de afgelopen jaren is de zelfeffectiviteitstheorie vele malen getest, steeds met een positief resultaat. Hierdoor kunnen we concluderen dat de zelfeffectiviteitstheorie een betrouwbare theorie is. We plaatsen de theorie dan ook op nummer 2 van de piramide van betrouwbaarheid.

Piramide van betrouwbaarheid

Auteur(s)

Deze blog is geschreven door Tobias Giger, Leontine van Gelderen en Maarten Freriks.

 


Bronnen

Bandura, A. (1977). Self-efficacy: Towards a unifying theory of behavioral change. Psychological Review, 84, 191-215.

Bandura, A. (1997). Self-efficacy: the exercise of control. New York, NY: Worth.

Eastman, C., & Marzillier, J.S. (1984). Theoretical and Methodological Difficulties in Bandura’s Self-Efficacy Theory. Geraadpleegd op 8 oktober 2018, van https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2FBF01172994.pdf

 

Proclaimer

Kennis is steeds in ontwikkeling. Theorieën worden gevormd, onderzocht, bevestigd en soms weer verworpen. Instrumenten en methoden worden ontwikkeld en in de praktijk en wetenschappelijk getoetst. Methoden en instrumenten op basis van ondeugdelijke theorieën, horen sowieso niet thuis in de praktijk van een professional die evidence based wil werken. Via deze serie blogs vatten we samen welke kennis wij op dit moment beschikbaar hebben over de instrumenten waar we mee werken. Een overzicht van de resultaten van ons speurwerk vind je op de gouden, groene en zwarte lijst voor coaching. Maar ook wij maken fouten en missen soms nieuwe informatie. Klopt onze conclusie niet, of zien we bepaalde bronnen over het hoofd, dan horen we dat graag op blog@idplein.nl.

Ga terug naar het overzicht